Ken je dat? Die heerlijke zwoele zomeravonden op de veranda? Gezellig met je gezin of de familie om een lange eettafel en vooral genieten van elkaar gezelschap. Op Ibiza heb ik niets anders gedaan dan dat; volop genoten van al die gezelligheid. En daarbij hoort natuurlijk ook lekker eten. Ik ben dol op gepofte aardappel: de zoete smaak, de vele variaties die je ermee kan maken. En heb je de zoete aardappel al eens gepoft? Dit heerlijke gerechtje met zoete aardappel heb je in een handomdraai op tafel staan want terwijl de aardappels in de oven staan, hoef jij niets van de gezelligheid te missen. En het ziet er ook nog eens super leuk uit!

Ingrediënten voor 4 personen

4 grote zoete aardappelen
2 tomaten
1/2 rode ui
1/2 rode peper
1 teentje knoflook
100 gram fetakaas
peterselie
olijfolie
zout en peper

Bereidingswijze

Verwarm de oven voor op 200 graden. Boen de zoete aardappelen schoon onder de kraan. Verwijder oneffenheden met een mesje. Prik met een vork gaatjes in de aardappelen en leg in een ovenschaal. Besprenkel ze met olijfolie en laat ze circa 45 minuten poffen in de oven. Was de tomaten en snij in partjes. Verwijder de zaadjes en snij daarna in blokjes. Pel en snipper de ui. Pel en hak de knoflook fijn. Hak de peterselie fijn. Halveer de rode peper en verwijder de zaadjes. Roer alles door elkaar. Breng de salsa op smaak met zout, peper en een scheutje olijfolie. Als de aardappelen gaar zijn, breek je ze voorzichtig open met een vork. Verdeel de salsa in de holtes. Verkruimel de feta erover.

Dit recept vind je in mijn boek Bikiniproof

Bewegen is goed voor je. Er zijn talloze sporten waar je uit kan kiezen om goed voor je lijf te zorgen. Ben je een type voor de sportschool of ga je liever op een teamsport? Heb je weinig tijd? Dan kun je zelf gaan hardlopen, zwemmen of misschien wel gaan skaten. Maar wat nu als je helemaal niet van sporten houdt?

Ook als je niet van sporten houdt, kan je er niet onderuit: bewegen is gezond voor je. Het is goed voor je spieren en gewrichten en helpt je om calorieën te verbranden waarmee je afvalt. Maar bewegen is om meer redenen goed voor je. Door voldoende te bewegen verlaag je stress, slaap je beter en het allerbelangrijkste: je word er gelukkig van!

Hè? Hoe kan dat nou? Je vertelt net dat je moet sporten, ook als je er niet van houdt, en dan zou ik er ook nog eens gelukkig van moeten worden? Klinkt raar hè. Maar toch is het waar. Wanneer je sport of beweegt, maken je hersenen verschillende stofjes aan: endorfine, serotonine en dopamine. Allemaal neurotransmitters; stoffen die ervoor zorgen dat zenuwcellen met elkaar communiceren. Endorfine is een stofje dat zorgt voor een gelukzalig en euforisch gevoel en bovendien vermindert het pijnklachten. Serotonine, ook wel het gelukshormoon, geeft je een gelukkig gevoel en reguleert onder andere je eetlust (heel belangrijk dus!) en gemoedstoestand. Tot slot zorgt dopamine voor een gevoel van beloning en maakt je blij.

Bewegen is dus belangrijk, ook als je niet van sporten houdt. Maar geen nood! Het hoeft namelijk helemaal niet ingewikkeld te zijn. Want ook wandelen en lopen is een vorm van beweging. Een van de makkelijkste manieren om toch aan je dagelijkse dosis beweging te komen is wandelen. Installeer een stappenteller op je telefoon en hop, de deur uit. Je zult er van staan te kijken hoeveel stappen je dagelijks al zet zonder dat je er bewust van bent. Zorg dat je elke dag 7000-8000 stappen zet. Dus ben je nog niet bij je doel aan het einde van je dag? Ga lekker een blokje om zodat je toch voldoende beweging hebt. Neem de hond mee, een vriendin of zet een muziekje aan. Bewegen hoeft zo vervelend nog niet te zijn!

‘Hier moeten we links.’ Verbaasd kijk ik mijn vriend aan. Tegelijk met mijn hernieuwde voornemen om gezond te leven, zijn de avondwandelingen in het leven geroepen. Na het avondeten, als het een beetje gezakt is, gaan de schoenen weer aan en wandelen we door de buurt. Op die manier zien we nog eens wat van de omgeving, krijgen we onze dagelijkse beweging én zijn we lekker buiten. Maar dat er een vooraf geplande route was, daar wist ik niets vanaf. ‘Hoezo?’ vraag ik wantrouwend. ‘Gewoon.’ Vriendlief haalt zijn schouders op, ik kijk hem nog even wantrouwend aan maar aangezien ik zelf geen route in gedachten heb, haal ik mijn schouders op en slaan we linksaf.

Ik zie hoe de zon langzaam begint te zakken en onze schaduwen langer worden. Stiekem geniet ik van dit soort momentjes. Naast het gevoel dat ik écht iets doe voor mezelf en mijn lijf, is het een momentje van de dag voor ons tweeën. Even geen telefoons, tv of andere mensen om ons af te leiden. Geen opdrachten, huishoudelijke klussen of afwas die prioriteit vraagt. Gewoon wij tweeën. We vertellen elkaar hoe de werkdag was, welke nieuwtjes er zijn en maken plannen voor het aankomende weekend.

‘Hier rechts…’ En hij duwt me naar rechts. Ik blijf even stilstaan en kijk verbaasd de straat in. Deze weg leidt naar het op dit tijdstip gesloten winkelcentrum. Ik heb geen idee waarom mijn vriend perse deze route wil lopen, maar ik ben allang blij dat hij mij ondersteunt in mijn hernieuwde ik-wil-(weer)-afvallen-regime. Hij is een actief fietser dus heeft het wandelen niet perse nodig om op gewicht te blijven. Bovendien lijkt het bij mannen altijd makkelijker te gaan: ‘Oh, ben ik aangekomen? Dan val ik toch even vijf kilo af?’ Het lijkt geen enkele moeite te kosten terwijl hij kan eten wat hij wil. Vreselijk vind ik dat.

Terwijl ik dit zo overpeins, stappen we door en opeens valt mijn oog op iets in de verte. We lopen er recht op af. Een grote gele M. Met een beschuldigende blik kijk ik vriendlief aan. Opeens besef ik dat zijn spontane steun en enthousiasme voor een avondwandeling al die tijd met voorbedachten rade is. Hij grijnst. ‘Ik ga even een McFlurry halen.’

Liefs,

Het moet de hitte zijn geweest. Of een vlaag van verstandverbijstering. Maar ik was hoe dan ook niet bij mijn gezonde bewustzijn toen ik onlangs voorstelde aan mijn collega’s om mee te doen aan een planking-challenge: 30 dagen samen planken totdat we het 2 minuten achter elkaar vol kunnen houden. Want waarom niet? Tot mijn grote afschuw was iedereen enthousiast. Nu kon ik dus niet meer terug.

En dus stortten we ons elke dag op een willekeurig tijdstip (uiteraard wel afgestemd op elkaar) op de grond van het kantoor om te planken. Ellebogen op het ruwe tapijt, kont in de lucht en tellen maar. Het werd al snel duidelijk wie de beste conditie had, want die kon het langst hardop tellen (of überhaupt nog praten). Pijnlijk genoeg was dit natuurlijk de stagiaire, de jongste van het stel.

Ik lig op de grond en bekijk onze werkruimte vanuit een heel nieuw perspectief. Stoelpoten, prullenbakken en een onbestemde bruine vlek bij de deur. Een vreemd perspectief om mijn collega’s in de ogen (en decolleté) te kijken. Ik voel hoe het tapijt in mijn ellebogen prikt, mijn benen en armen beginnen te trillen en zweetdruppels ontstaan op mijn voorhoofd. Hoe lang zijn we al bezig? 5 seconden? Oh. Waar zat ik met mijn gedachten toen ik dit voorstelde? Sommigen lachen, anderen kreunen. Hier en daar zakken collega’s in elkaar. En zo liggen we op de grond van ons kantoor, elke dag weer, ongeacht wie er voorbijloopt of binnenkomt. Totdat we één voor één sneuvelen.

Helaas ben ikzelf gesneuveld op dag 13. Toen ik het een hele minuut wist vol te houden om vervolgens met lamme armen, een rood hoofd en een van spierpijn vertrokken gezicht mijn werkdag te vervolgen. En ik ben trots. Ik heb mezelf en mijn verwachtingen overtroffen. Ik denk zelfs ergens ver weg de sixpack al te voelen. Heel ver weg. En de volgende keer? De volgende keer heb ik een veel beter alternatief. De kaasplank-challenge. En dan houd ik het zeker vol tot het einde!

Liefs,

Ik heb de woorden nog niet uitgesproken of ik zit al ergens op het terras met een wijntje in mijn hand, verlekkerd naar de tapas voor me te kijken. En nee, de tapas bestaan niet enkel uit vitaminerijke groente, vers fruit en producten met de juiste vetten. Verlangen en spijt strijden om de hoofdrol van mijn gedachten terwijl ik peinzend een slok van de wijn neem. Wat is dat toch? Waarom staat iets vieren gelijk aan lekker eten? Bij voorkeur met een wijntje erbij. Wanneer ik iets te vieren heb, heb ik daar direct een passend restaurant bij gevonden. Zo heb ik een verjaardags-restaurant, een goed-nieuws-restaurant en zelfs een ach, gewoon-omdat-het-weekend-is-restaurant.

Zoals bij veel mensen staat emotie bij mij gelijk aan eten. Ben ik blij, dan wil ik lekker eten. Ben ik verdrietig, ook dan mag ik van mezelf iets lekkers eten. En als ik boos ben? Je raadt het al: eten. Bij sommige mensen – mensen die ik benijd –  gaat het juist precies andersom. Die krijgen geen hap door hun keel als ze gespannen zijn, liefdesverdriet hebben of bijvoorbeeld een wijntje te veel hebben gedronken. Maar mijn lichaam heeft een of ander coping mechanisme bedacht waarbij het gewoon al-tijd wil eten. Ongeacht de situatie, emotie of omstandigheden. Soms zou ik een moord willen doen voor een goede griep, waarbij er een paar kilo afvliegen, maar mijn lichaam slaat koppig de armen over elkaar en schudt zijn hoofd. Jij zult eten.

Maar met al dat gevier kom ik stiekem heel wat pondjes aan. En dus zal ik iets anders moeten verzinnen. Want voor een gezond lichaam kan niet elke emotie getroost of gevierd worden met eten, hoe lekker ik het ook vind. Ik overweeg de alternatieven. Ik zou me totaal kunnen storten op de superfoods. Ik kan gelukkig worden van enkel salades of ik kan mezelf op een andere manier belonen. Misschien kan ik iets gaan kopen om te vieren? Ik overdenk het plan terwijl ik een stukje vlees aan mijn vork prik. Hoe meer ik erover nadenk, hoe blijer ik ervan word. Een leuk nieuw jurkje, een toffe spijkerbroek. En zouden ze die schoenen nog hebben die ik laatst in de etalage zag in de stad? En het bijkomend voordeel is natuurlijk dat, als de kilo’s eraf vliegen, kleren kopen steeds leuker wordt. Ik knik tevreden. Mijn volgende succes vier ik met een nieuwe jurk. Of shirtje. Of oogschaduw in de krappere tijden.

Maar het zou natuurlijk zonde zijn om niet eerst nog te genieten van deze heerlijke tapas.

Liefs,